Onderstammen per fruitboom

Naslagtabel: groeikracht van appelonderstammen (M9, M26, MM106…), peer op kwee, pruim, kers, perzik en walnoot. Percentages verschillen per bron.

De onderstam bepaalt groeikracht, paalbehoefte en soms standplaatstolerantie. Percentages hieronder zijn richtwaarden ten opzichte van een zaailing; bronnen spreken elkaar soms tegen. Dit artikel volgt gangbare NL-naslagen (van Diepen, permacultuur.nu, WUR) en noemt die spreiding.

Appel

  • M27 ≈ 30% — zeer zwak; blijvende paal.
  • M9 ≈ 40% — zwak; blijvende paal; gevoelig voor bodemmoeheid en woelmuis; typische levensduur vaak 15–20 jaar.
  • M26 ≈ 50% — zwak tot halfzwak; meestal paal.
  • M7 ≈ 60% — halfsterk.
  • MM106 ≈ 70% — halfsterk; bruikbaarder op schralere grond.
  • MM111 / M25 — sterk tot zeer sterk.

Peer

Zaailing geeft hoogstam. Kwee A ≈ 60%, Adams ≈ 55%, Kwee C ≈ 50%. Kwee C is vorstgevoeliger; kwee MC vroor in strenge winters (o.a. 2013) massaal terug. Sommige perenrassen hebben een tussenstam nodig op kwee.

Pruim

Myrobalan en Brompton sterk; St. Julien A halfsterk; VVA-1 en Pixy zwak. Voor Nederlandse omstandigheden noemt WUR-onderzoek VVA-1 als sterke kandidaat onder de zwakkere typen.

Kers

F12/1 sterk; Colt ≈ 80%; Gisela 5 ≈ 50% (boom vaak 2–3 m). Zwakkere onderstammen vragen meer steun en zorgvuldig waterbeheer.

Perzik, abrikoos en walnoot

Perzik en abrikoos: vaak St. Julien A. Walnoot: in de praktijk op een zaailing van walnoot — andere onderstammen zijn voor hobbyisten zelden beschikbaar.

Hoe je ent of oculatie zet: zie Fruitbomen enten.

Alle stektips Hulpmiddelen